press to zoom

Ervaren met al je zintuigen, dat is wat ik de gebruiker gun! 

Kan ik, als een interieurontwerper, een meerwaarde geven of creëren aan een ruimte door mij op andere zintuiglijke prikkels te richten dan enkel op die van de visuele waarneming? 

 

Om deze onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zal ik mij voornamelijk focussen op de rol van de lagere zintuigen bij het ervaren van architectuur. Hiervoor ga ik allereerst te rade bij gebruikers die hun 

gezichtsvermogen niet of niet ten volle kunnen gebruiken.

Vervolgens zal ik met hun kennis over ruimtelijke beleving mijn eigen positie bepalen binnen de discussie over de lichamelijke beleving van architectuur.

 

Hoe mijn scriptie verder gaat kun je verder lezen in mijn scriptie. Voor vragen kun je mij altijd bellen of een berichtje sturen.

AFSTUDEREN | SCRIPTIE

Voorwoord

Ik sta met een groep mensen, met onze blindengeleidestok in de aanslag te wachten op wat komen gaat. 

 

Een vleugje koude tocht is het eerste teken dat ons verteld dat er iets in de omgeving aan het veranderen is. 

Het is, ook door de herkenbare klik-geluiden, duidelijk dat er een deur open wordt gezet. Ik voel de tocht langs mijn wangen strijken, aan mijn benen en rug voel ik nu de omgevingstemperatuur om me heen dalen. Het wordt zelfs wat kil, maar dan zet onze groep zich in beweging. De veranderende weerkaatsing van mijn 

voetstappen kondigt aan dat ik een drempel over ga. Wanneer ik erop stap merk ik aan mijn voetzool het verschil tussen het hout en het linoleum van de vloer. Aan één kant van de deuropening is een ongeprofileerde deurpost te voelen. Het is duidelijk een nieuw gebouw waarin ik rondloop. Er is nu een andere klankkleur in de stemmen merkbaar om mij heen, ik hoor zelfs het geluid tegen de muren weerkaatsen, waardoor ik ongeveer de grootte van het vertrek kan schatten. 

 

We lopen merkbaar langs één van de wanden. Met de ruimtelijke informatie die ik heb opgevangen, stel ik me zo voor dat het een nette wit gestucte zaal is met rechte wanden: saai en voorspelbaar. 

Maar op slag verandert mijn perceptie: ik loop langs een raampartij waar blijkbaar de zon op gericht staat, 

want ik voel direct de stralingswarmte van schuin omhoog komen als ik er langs loop. Ik ervaar de ruimte ineens heel anders, niet meer leeg en ongezellig. 

 

Die wisseling van sfeer brengt me ertoe mijn hand tegen de muur te houden. De wanden voelen niet klam aan, de geur is niet grondig of betonachtig, ik ruik eerder papier van oude boeken en een vleugje leer. Het is duidelijk een soort bibliotheek waar ik in rond loop: de boekenlucht, de stemmen en het zonlicht geven deze ruimte haar identiteit. 

 

De input van de architectonische ruimte is nietszeggend en feitelijk. Daar kun je als niet-ziende niet bepaald je geluksgevoel uit halen. Toch heb ik op mijn wandeling door het vertrek heel veel informatie meegekregen die ik als ziende totaal over het hoofd zou hebben gezien. Het was met recht een ervaring, ook al was het een ‘saai’ gebouw. In het eerste hoofdstuk van mijn scriptie wil ik daarom uitgaan van de belevingswereld van de 

niet-zienden, om zo tot aanbevelingen te komen die mijn eigen ontwerpen kunnen laden. Vervolgens ga ik in op de tools die een interieurarchitect heeft om een zodanige gevoelservaring op te wekken of te verhevigen. 

Deze scriptie is een verkenning in het rijk van onze zintuigen.